Cookies & Privacy

We gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren en statistieken bij te houden. Meer informatie vindt u in onze privacyverklaring.

← Terug naar onderwerpen

Waar bergen in zee verdwijnen en gletsjers nog altijd het landschap veranderen

Inspiratie

In Noorwegen lijkt het landschap op veel plaatsen groter dan de mens. Bergen rijzen rechtstreeks uit zee omhoog, watervallen verdwijnen honderden meters langs rotswanden naar beneden en wegen moeten via tunnels, haarspeldbochten en veerboten een route door het terrein zoeken. Het land is lang, dunbevolkt en voor een groot deel bergachtig.

Veel van wat je tegenwoordig ziet, is gevormd door ijs. Tijdens verschillende ijstijden lagen enorme gletsjers over Scandinavië. Het bewegende ijs schuurde diepe valleien uit en nam enorme hoeveelheden gesteente mee. Toen het klimaat warmer werd en het ijs smolt, vulde zeewater een deel van die valleien. Zo ontstonden de fjorden die tegenwoordig zo kenmerkend zijn voor Noorwegen.

Fjorden zijn verdronken gletsjervalleien

Een fjord lijkt op het eerste gezicht een smalle zeearm tussen bergen, maar het verhaal begint lang voordat de zee hier binnenstroomde. Gletsjers bewogen langzaam vanuit het hoogland richting de kust en slepen diepe U-vormige valleien uit.

Na het verdwijnen van het ijs steeg de zeespiegel en stroomde zeewater de valleien binnen. Daardoor kunnen Noorse fjorden uitzonderlijk diep zijn, soms zelfs dieper dan de omliggende zee.

Langs de wanden liggen boerderijen, kleine dorpen en watervallen. Op sommige plaatsen is nauwelijks vlak land beschikbaar en liggen nederzettingen op smalle stroken tussen het water en de bergen.

Geirangerfjord: verticale natuur op enorme schaal

Een van de bekendste voorbeelden is het Geirangerfjord. Hoge bergwanden omsluiten een smalle strook diepblauw water. Vanaf de toppen stromen verschillende watervallen naar beneden.

De Zeven Zusters behoren tot de bekendste. Vanaf een boot op het fjord wordt pas goed zichtbaar hoe groot het hoogteverschil tussen water en bergplateau werkelijk is.

Op verschillende hellingen zijn nog oude bergboerderijen te vinden. Sommige liggen op plekken die tegenwoordig bijna onbereikbaar lijken. Ze herinneren eraan dat mensen zelfs in dit steile landschap manieren vonden om landbouw te bedrijven.

Sognefjord dringt diep het binnenland binnen

Het Sognefjord is het langste en diepste fjord van Noorwegen. Vanaf de kust loopt het water meer dan honderd kilometer het binnenland in.

Onderweg vertakt het fjord zich in verschillende zijarmen. Een daarvan is het Nærøyfjord, waar de bergen bijzonder dicht bij elkaar staan. Op sommige plekken is het water slechts enkele honderden meters breed terwijl de omliggende bergwanden meer dan duizend meter omhoogrijzen.

De enorme schaal wordt vooral duidelijk wanneer een boot of huis aan de oever bijna nietig lijkt tegen de achtergrond van de bergen.

Jostedalsbreen: een overblijfsel van een wereld van ijs

Hoewel de enorme gletsjers uit de ijstijd zijn verdwenen, liggen in Noorwegen nog altijd grote ijsmassa's. Jostedalsbreen is de grootste gletsjer op het Europese vasteland.

De centrale ijskap ligt hoog in de bergen en verschillende gletsjertongen stromen richting de omliggende valleien. Het ijs beweegt langzaam en verandert voortdurend van vorm.

Rond de gletsjers zijn de sporen van erosie duidelijk zichtbaar. Kale rotsen, morenes en brede valleien laten zien waar het ijs vroeger lag. Door klimaatverandering trekken veel gletsjertongen tegenwoordig terug.

Jotunheimen: het land van de reuzen

Verder landinwaarts ligt Jotunheimen, het hoogste berggebied van Noorwegen. De naam betekent ongeveer 'het huis van de reuzen' en past goed bij het ruige landschap.

Hier liggen de hoogste toppen van het land, waaronder Galdhøpiggen en Glittertind. Tussen de bergen bevinden zich gletsjers, meren en diepe valleien.

Een van de bekendste wandelroutes loopt over de Besseggen-bergkam. Vanaf de route kijk je aan beide kanten uit over meren die opvallend van kleur en hoogte verschillen.

Hardangervidda: een enorme wereld boven de boomgrens

Niet alle Noorse berglandschappen bestaan uit scherpe toppen. Hardangervidda is een uitgestrekt bergplateau waar het landschap veel opener is.

Grote delen liggen boven de boomgrens. Lage vegetatie, rotsen, meren en rivieren bepalen hier het uitzicht. Door het ontbreken van hoge bomen kun je op heldere dagen kilometers ver kijken.

Op het plateau leeft een van de grootste populaties wilde rendieren van Europa. De dieren trekken over grote afstanden door het open landschap op zoek naar voedsel.

Lofoten: bergen die rechtstreeks uit de oceaan komen

Ver boven de poolcirkel ligt de eilandengroep Lofoten. Hier lijkt het berglandschap letterlijk uit de Atlantische Oceaan omhoog te komen.

Scherpe toppen rijzen achter kleine vissersdorpen en witte zandstranden op. Het contrast tussen turquoise water, donkere bergen en rode houten huizen maakt de eilanden bijzonder herkenbaar.

In de zomer gaat de zon gedurende een deel van het seizoen niet onder. Tijdens de winter zijn de dagen juist zeer kort en kan het noorderlicht boven de bergen verschijnen.

Senja: Noorwegen in het klein

Ten noorden van de Lofoten ligt Senja. Het eiland wordt soms omschreven als Noorwegen in het klein omdat veel karakteristieke landschappen hier dicht bij elkaar voorkomen.

Aan de westkant liggen scherpe bergen, fjorden en kleine baaien. Richting het oosten wordt het landschap zachter en verschijnen bossen en bredere valleien.

Vanaf bergtoppen langs de kust kijk je uit over een ingewikkeld patroon van eilanden, zeestraten en rotsachtige bergkammen.

Preikestolen: een rotsplateau boven het Lysefjord

Boven het Lysefjord ligt een van de bekendste rotsformaties van Noorwegen. Preikestolen is een vrijwel vlak rotsplateau dat meer dan zeshonderd meter boven het fjord uitsteekt.

Vanaf de rand kijk je bijna loodrecht naar het water beneden. De tegenoverliggende bergwanden laten goed zien hoe diep de oude gletsjer zich door het landschap heeft gesneden.

Verder in hetzelfde fjord ligt Kjerag, waar de bergen nog hoger boven het water uitsteken. De bekende Kjeragbolten is een groot rotsblok dat tussen twee rotswanden is vastgeklemd.

Watervallen verbinden het hoogland met de fjorden

Door de grote hoogteverschillen en hoeveelheid neerslag telt Noorwegen duizenden watervallen. Smeltwater en regen verzamelen zich op bergplateaus en zoeken vervolgens via steile hellingen een weg richting valleien en fjorden.

Sommige watervallen bestaan uit één lange vrije val, terwijl andere in verschillende trappen naar beneden stromen. Vooral tijdens de sneeuwsmelt in het voorjaar en de vroege zomer bevatten de rivieren veel water.

Langs wegen door West-Noorwegen zijn watervallen soms zo talrijk dat ze onderdeel van het dagelijkse landschap lijken te worden.

Verder naar het noorden verdwijnen de bomen

Noorwegen strekt zich ver boven de poolcirkel uit. Naarmate je noordelijker reist, verandert het landschap opnieuw. Bossen worden lager en uiteindelijk maken ze plaats voor open toendra.

In Finnmark liggen enorme gebieden met lage vegetatie, rotsen, meren en rivieren. De afstanden tussen nederzettingen worden groter en het landschap voelt steeds leger.

Aan de uiterste noordkust eindigen plateaus abrupt in de Barentszzee. Hoge kliffen, harde wind en vrijwel boomloze vlaktes geven dit deel van Noorwegen een bijna arctisch karakter.

De seizoenen tekenen telkens een ander Noorwegen

Hetzelfde Noorse landschap kan afhankelijk van het seizoen compleet veranderen. In de winter verdwijnen bergwegen onder sneeuw en vriezen meren dicht. Fjorden blijven meestal ijsvrij, waardoor donkere wateroppervlakken sterk contrasteren met witte berghellingen.

In het voorjaar zorgen smeltende sneeuwvelden voor krachtige rivieren en watervallen. De zomer brengt lange dagen en boven de poolcirkel zelfs de middernachtzon. In het najaar kleuren berkenbossen geel en rood voordat de eerste sneeuw terugkeert.

Een landschap waarin afstand een andere betekenis krijgt

Op een kaart kunnen twee plaatsen in Noorwegen dicht bij elkaar lijken te liggen. In werkelijkheid kan een fjord, bergketen of gletsjer ertussen ervoor zorgen dat de reis veel langer duurt. Wegen moeten het landschap volgen in plaats van er dwars doorheen te lopen.

Juist daardoor wordt reizen onderdeel van de ervaring. Een autorit bestaat niet alleen uit kilometers afleggen, maar uit veerboten, tunnels, bergpassen en wegen die kilometerslang langs fjorden slingeren.

Noorwegen laat daarmee misschien beter dan vrijwel ieder ander Europees land zien hoeveel invloed landschap op menselijke bewoning kan hebben. De natuur vormt hier niet alleen het decor van een reis. Ze bepaalt waar wegen kunnen liggen, waar dorpen ontstaan en hoe je van de ene plek naar de andere komt.